Drugs

Drugs, middelen kunnen in drie verschillende groepen worden onderverdeeld:

. ‘Downers’ of verdovende middelen. Middelen die verdovend zijn, ontspanning geven en waarbij remmingen minder gevoeld worden.
. ‘Uppers’ of stimulerende middelen. Middelen waardoor je opgewekter,energieke en alerter bent. Deze middelen vergroten ook sterk het zelfvertrouwen.
. ‘Bewustzijnsveranderende’ middelen.Dit zijn middelen waardoor iemand de buitenwereld anders waarneemt dan de realiteit. Er worden nieuwe zintuiglijke ervaringen waargenomen.

Alle middelen hebben diverse gezondheidsrisico’s. Het risico op verslaving heeft te maken met de persoon, het middel en de omgeving.

Persoon
De belangrijkste factor is de persoon die verslavingsgevoelig is. Er kan sprake zijn van erfelijke belasting waarbij ouders, familieleden verslavingsgevoelig zijn. De werking van een drugs op een individu is ook verschillend door bijvoorbeeld het gewicht, leeftijd maar ook door de verschillende verwachtingen van het effect van een middel.

Psychische klachten hebben zoals angst, stemming etc hebben effect op het gebruik van middelen waarbij het middel klachten kan verminderen op korte termijn.

Middel
Wetenschappelijk is onderzocht dat je aan bepaalde middelen eerder verslaafd raakt dan andere middelen. Bij heroïne gebruik raak je eerder verslaafd dan bijvoorbeeld paddo’s. Nicotine is als middel bijvoorbeeld meer verslavend dan paddo’s.

Omgeving
De omgeving zoals gezin, familie, vriendengroep speelt een belangrijke rol in het gebruik van middelen. Denk bijvoorbeeld aan opvoeding, gewoonte van alcoholgebruik in gezin, gebruik van middelen door de vriendengroep etc.